Basistechnieken

Ikkyo

Ikkyo is de eerste techniek van Aikido. Het is wat de naam betekent, een soort inleiding tot Aikido. Naarmate je ikkyo ontwikkelt en verfijnd zal dit ook in al je volgende Aikidotechnieken weerspiegelen, zoals controle van de arm of verdraaiing van de voorarm.

Ikkyo, het draaien van de arm van de aanvaller om deze naar beneden te dwingen kan resulteren in een fysieke worsteling en daardoor een gevoel van conflict oproepen. Focus niet op het succes van de techniek dat zich manifesteert in het gooien van onze partner want het kan ons uit emotionele balans brengen en frustraties opleveren. Ikkyo kan ook afgestemd zijn het Aikido-principe van een adaptieve manier om de aanval te benaderen.

Ikkyo
Nikyo

Nikyo

Nikyo, "de tweede techniek", is een van de basistechnieken van Aikido. Het bevat een draaiing van de pols, die behoorlijk pijnlijk kan zijn als deze met te veel kracht wordt gedaan. Bij de polswisseling van Nikyo moet je de hand van Uke stevig op het zachte gedeelte onder jouw sleutelbeen drukken, zodat er een hoek wordt gevormd tussen de hand en de onderarm van de tegenstander. Deze hoek verzwakt de pols van de tegenstander. Let wel, de arm van de tegenstander moet gebogen zijn. Wanneer je druk uitoefent op de pols van de tegenstander, moet dit in de richting van het centrum van de aanvaller gebeuren. Bij Nikyo wordt vooral aan precisie en gevoeligheid gewerkt, in plaats van kracht, want Nikyo kan onmiddellijk een scherpe pijn veroorzaken, waarbij de tegenstander gecontroleerd kan worden door zijn wil om verder te vechten te breken (figuurlijk bedoeld), die hem onwillekeurig op zijn knieën laat vallen om deze pijnlijke druk te verlichten.

Sankyo

Sankyo, "de derde techniek", is een van de basistechnieken van aikido, ook wel "kotemawashi" (wending van de voorarm) of "kote-hineri" (verdraaiing van de voorarm) genoemd. Het bevat een draai van de pols, waardoor je het hele lichaam van de tegenstander controleert. Sankyo is als een brug tussen het centrum van de tegenstander en de Tori.

Sankyo
Yonkyo
Yonkyo

Yonkyo

Yonkyo, "de vierde techniek", is een van de basistechnieken (katamewaza) van aikido: met beide handen wordt de onderarm vastgepakt. De knokkels vanaf de palmzijde (van de wijsvinger) worden aangebracht op de radiale zenuw van de onderarm en tegen het periosteum van het onderarmbot geduwd. Draai vervolgens naar buiten naar het onderarmbot aan de duimzijde van de arm van de tegenstander. Het is deze draaiing die de pijn veroorzaakt, niet de initiële druk. Deze yonkyo druk-pijn moet worden gebruikt als een manier om het evenwicht van de tegenstander te doorbreken, om hem of haar af te leiden. Zowat één derde van alle mensen zijn ongevoelig voor de yonkyo-techniek, ondanks de druk-precisie van een ervaren Aikidoka. Deze grip is eigenlijk hetzelfde als de zwaardgreep. Als je de pols van Uke op ongeveer dezelfde manier vastpakt als een zwaard, ben je op de goede weg zijn.

Gokyo

Hoewel er in Aikido alleen verdedigingstechnieken zijn, is de vaardigheid van de Uke niet te verwaarlozen. Elke keer moet de Uke met kracht blijven aanvallen, zonder enige gedachte aan wat Tori gaat doen. Dit werkt goed bij de eerste aanval, maar wanneer de Uke weer opstaat, zal hij zijn tweede aanval (on)bewust moeilijker of juist gemakkelijker maken voor de Tori, om hem comfortabeler te laten voelen. Doch, slordige en zwakke aanvallen leiden tot slordig en zwak Aikido. Beide rollen zijn belangrijk, want in Aikido gaat het over de aanvallende kracht begeleiden. Ook deze techniek Gokyo of "vijfde techniek" is een elleboogbesturingstechniek die wordt gebruikt in situaties zoals het verwijderen van een mes of Tanto uit de hand van een tegenstander en is in principe gelijk aan Ikkyo.

Gokyo
Shiho Nage

Shiho Nage

Shiho Nage stelt de Aikidoka in staat om de omgeving duidelijk te zien, alles op te merken en te corrigeren en duidelijk te bepalen welke techniek er moet toegepast worden. Om deze duidelijke perceptie en staat van diepe concentratie te bereiken, is het nodig om te ontspannen en je geest te beheersen. Shiho-nage bevat deze grondige filosofische implicatie dat het hart van Aikido onthult. O-sensei noemde het "zwaaien van het zwaard in de vier richtingen". Hij waarschuwde om nooit te concentreren op ëën aanvaller, maar om bewust te zijn van meerdere aanvallers, uit alle richtingen. Handen, hoofd, heupen en voeten moeten perfect samenwerken bij de worp. Onderbreek de continuïteit van de beweging niet. Shiho Nage kan zowel omote (voor de aanvaller) als ura (achter de aanvaller) worden gedaan. Zoek gedurende de hele uitvoering stabiliteit, leun niet voorwaarts, noch achterwaarts en neutraliseer de kracht van de aanvaller, in coördinatie met je ademhaling.

Irimi Nage

De Aikidoka zal hier proberen om de kracht van de aanvaller te veranderen in zijn eigen energie, niet om te blokkeren of tegen te werken. Hierbij is Irimi de beweging waarbij de Aikidoka rechtstreeks in een aanvalsbeweging binnentreedt en is één van de zeldzame technieken in Aikido dat "harmonie" symboliseert. Als de tegenstander voor je aanvalt sta je in het volgende moment achter de aanvaller, draai in een vloeiende neerwaartse beweging en begeleid hierbij de tegenstander terug naar boven en krachtig terug naar beneden. Dat is Irimi Nage. Het vereist toewijding en dapperheid omdat het gepaard gaat met het zich binnen de sfeer van de kracht van aanvaller te plaatsen. Bij Irimi zet men een stap vooruit, in een schuine hoek op het moment van de aanval met een doorslaggevende toegewijde intentie. Het momentum van de aanval in combinatie met de voorwaartse ingang creëert een verrassend, onverwacht effect op de aanvaller.

Irimi Nage
Kote Gaeshi

Kote Gaeshi

Worp door het verdraaien van de pols, waarbij ontspanning niet gehinderd mag worden door onnodige spanning. Het is een houding van energie in de polsen die in evenwicht moet vinden tussen te veel spanning of slapte, waarbij de houding een balans aangeeft tussen lichaam en geest. Dit kan alleen worden bereikt door "juiste" oefening en begeleide training onder een sensei, om pijnlijke polsen te vermijden bij de uitoefening van Kote Gaeshi.

Tenchi Nage

Tenchi-nage is een van de basisworpen in Aikido en wordt veel beoefend in dojo's. De meest voorkomende toepassing is op de aanval ryotedori, wanneer beide polsen worden gepakt, maar de worp kan tegen vrijwel elke aanval worden uitgevoerd. Tenchi-nage betekent "hemel en aarde worp", wat verwijst naar de armbewegingen in de techniek: een arm gaat omhoog en de andere gaat omlaag. Aan het einde van de worp neigen de armen naar het midden te bewegen van de Tori, achter de aanvaller. De arm die naar beneden gaat, zorgt ervoor dat de aanvaller uit balans raakt, terwijl de arm die omhooggaat de worp vervolledigd.

Tenchi-nage is een populaire techniek onder de Uke-Aikidokas, vooral om de valtechniek te oefenen, zowel de voorwaartse val (mae ukemi) als de achterwaartse val (ushiro ukemi), het verhoogt de controle over de aanvaller enerzijds en de worp kan worden aangepast aan de valvaardigheden van de aanvaller anderzijds.

Tenchi Nage
Koshi Nage

Koshi Nage

Koshi betekent om de "heupen te draaien" om dit fundamentele principe van Aikido toe te passen. Koshi-nage in Aikido wordt steeds uitgevoerd met de heupen loodrecht op de Uke en de heupen als een draaipunt. De verbinding tussen Uke en Tori zijn hierbij belangrijk omdat er een goede coördinatie tussen het boven- en onderlichaam zou zijn om stabiel en in evenwicht te blijven bij de heupworp van de Uke en is een uitstekende oefening de hara (eigen lichaamscentrum) in Aikido te gebruiken, in combinatie met de juiste ademhaling, gecentreerde houding en fysieke uitlijning van de wervelkolom als middelpuntzoekende kracht. Door naar voren te leunen dwingt Tori de Uke om de heupen te draaien om met een efficiënte overdracht van energie zijn gewicht en zwaartepunt (tanden) naar voren te werpen.

Aiki Goshi

Een "vloeiende beweging" is bij het beoefenen van Aikido in de dojo een van de vele vormen van een techniek als reactie op vele aanvalsvormen, in het zoeken fundamentele aiki-principes, zoals het zoeken van evenwicht en het behouden van het "centrum".

Aiki Goshi
Genkei Kokyu Nage

Genkei Kokyu Nage

De Kokyo beweging zelf is afgeleid van het heffen en snijden met het zwaard. Gecontroleerde ademhaling wordt beschouwd als een fundamenteel element in vele oude Oosterse tradities. We ademen meer dan 20.000 keer per dag in en uit. Tenzij onze luchttoevoer wordt afgesneden, besteden we meestal niet veel aandacht aan dit automatisch proces. Ademhaling versterkt concentratie en aandacht, zorgt voor een goede interne conditie.

Kokyu-nage of ademworp is een worp met talloze variaties. De kokyu-ademhaling is een buikademhaling waarbij je je focust op je centrum (tanden). Dit is de krachtademhaling die in alle budosporten wordt gebruikt. In Aikido wordt het vaak kokyu ryoku genoemd, wat gewoon ademkracht betekent. Kokyu betekent eigenlijk in en uitademen, waarbij je de kracht van de aanvaller opneemt en het hem teruggeeft, meestal in een worp. Gebruik het momentum van de aanval om te beslissen hoe kokyo-nage te gebruiken. Bij elke Aikido-techniek is het een goed principe om je hele lichaam in elke fase van een techniek te bewegen. De basis Kokyo-oefening bestaat erin dat een trainingspartner je beide polsen grijpt, waarbij de Tori zijn of haar ellebogen laat zakken en de handbladen naar buiten draait en naar voren duwt. Zowel Tori en Uke helpen elkaar hierin, om hun ademhaling te verbeteren en te centreren. Deze samenwerking is een zeer belangrijk element in de activiteiten van de Aikidoka's.

Tori Fune Kokyu Nage

De heupen zijn de sleutel tot onderscheppende, krachtige spiraalvormige Aikido-beweging. Aiki-bewegingen beginnen met het onderlichaam en de heupen en geeft de Aikidoka's een gevoel van gecentreerd zijn, om de kracht effectief over te dragen van het onderlichaam naar het bovenlichaam.

Tori Fune Kokyu Nage

Shikko

Shikko is een Japanse etiquette van sierlijke glijbewegingen van knie-wandelen, dat uiteindelijk bij de Aikidoka leidt tot een betere lichaamsdynamiek en stabielere aikidotechnieken.Bij de juiste Shikko is de lichaamshouding evenwichtig, ontspannen en gebruiken we de elasticiteit en het volledige mobiliteitspotentieel van onze wervelkolom, zonder schadelijke beweging, als we erin slagen om het met de juiste ademhaling te combineren. Ook bij het verplaatsen gebruiken we veilig en slechts een klein deel van de totale bewegelijkheid van de knieschijf. In Shikko ondersteunen we eveneens, met passieve kracht, ons lichaamsgewicht op een dynamische manier de gewrichten die de tenen verbinden met het middengedeelte van de voeten en stimuleren we de lange en korte voetspieren om de juiste manier.

Ukemi (waza)

Ukemi is de kunst van het defensief vallen. Ukemi (val-breek-technieken) zijn technieken die worden toegepast om te zorgen dat men zich niet verwondt bij een val. Ukemi betekent ook het observeren van de partner en omgeving, waardoor je snel kunt omgaan met nieuwe omstandigheden. Het is belangrijk dat je altijd kunt interacteren met je partner met wie je te maken hebt. De beweging die een Uke ontvangt van de Tori is niet het verliezende einde van de Aikido-uitvoering, maar de essentie van Aikido zelf. Het lichaam en zintuigen leren de beweging en energie van de techniek. Tori verliest het concept van Aikido de beginnende valtechniek wordt vertroebeld door angst en spanning. Het is aan de Uke om de Aikido-energie te ontvangen en de kracht van de worp te absorberen. Wanneer Ukemi natuurlijk wordt, ontstaat er een goede samenwerking tussen Tori en Uke.


Mae Ukemi = voorwaarts rollen (zowel tachi waza als suwari-waza; rechtstaand en uitvoerend op de knieën respectievelijk)


Ushiro Ukemi = achterwaarts rollen over één schouder rollen (zowel tachi waza als suwari-waza; rechtstaand en uitvoerend op de knieën respectievelijk)


Yoko Ukemi = zijwaartse rol